We staan met onze bus voor het rode verkeerslicht te wachten als we een jongen zien aankomen op een deelscooter. De jongeman rijdt zonder helm. Mijn commandant en ik stappen snel uit. Op onze vraag waarom hij geen helm draagt, antwoordt de jongen dat hij de scooter alleen een klein stukje verplaatste. Het voertuig mocht niet bij zijn hotel staan. De bijbehorende helm zit volgens hem in de koffer van de deelscooter. Aangezien wij hem hebben zien rijden op de scooter, voorzien van geel kenteken, krijgt hij van ons een bekeuring voor het rijden zonder helm.
Kunnen we hem niet matsen omdat het maar een klein stukje was? En hij de helm bij zich heeft in de koffer? Ik vertel hem dat hij de bekeuring toch krijgt en dat hij verder mag rijden als hij de helm opzet. Met een geïrriteerde blik opent de jongen de koffer. Verbazing in zijn ogen. Geen helm. Waarschijnlijk niet teruggelegd door de vorige gebruiker van de deelscooter. De jongen kijkt mij en mijn commandant aan en weet dat zijn verhaal in duigen valt. Zijn gezicht loopt rood aan. Ik doe mijn best om mijn lach in te houden. De jongen mag te voet op zoek naar een parkeerplek voor zijn scooter.
Politie Nederland
Volg ons voor een kijkje achter de schermen. Bij spoed 112 | geen spoed, wel politie 0900-8844 Op straat, in het politiebureau en digitaal.
De politie is er altijd, voor een veiliger Nederland voor iedereen. Op www.politie.nl en de politie app zie je welke digitale mogelijkheden er zijn en hoe je contact met ons op kan nemen of aangifte kan doen. Volg de politie ook op Twitter: www.twitter.com/politie.
13/06/2026
‘Zeven maanden werken op Bonaire’. Als ik deze vacature voorbij zie komen, twijfel ik geen seconde: Dit wil ik!
De eilanden Bonaire, Saba en St. Eustatius vallen onder het korps Politie Caribisch Nederland. De agenten zorgen voor leefbare, veilige eilanden voor de mensen die er wonen, werken en als toerist verblijven.
Al gauw merk ik dat werken bij de politie in Nederland net even anders. is Hoewel de noodhulpmeldingen hetzelfde zijn, zorgt het eiland Bonaire voor situaties die ik in Nederland niet gewend ben. Tijdens mijn eerste aanhouding vlucht een man een cactusveld in. Schreeuwend van de pijn en onder de schrammen komt hij toch maar terug om netjes mee te werken…
Maar het grootste verschil is dat alles hier een stuk rustiger gaat. Als ik in Nederland automobilisten staande hou, hebben mensen altijd haast: de kinderen moeten opgehaald worden van school, ze moeten snel naar werk... Hier op Bonaire maakt dat allemaal niet uit, mensen hebben alle tijd en maken zelfs nog even een praatje. Dat gehaaste zit ook in mij. Daarom is het soms wel een uitdaging om mijn Nederlandse aanpak los te laten.
Wat ik al snel merk is hoe klein het eiland is. De man die het cactusveld in rende, kom ik sinds de aanhouding ie-de-re dag tegen. Lig ik ergens op een ligbedje aan het strand? Staat hij aan de bar. Ben ik een avondje uit naar een salsa-avond? Is hij daar ook. Degene die ik vandaag bekeur, maakt morgen mijn eten klaar in een restaurant.
Natuurlijk is er in mijn vrije tijd ook ruimte om te genieten van een duik in zee of een barbecue op het strand met mijn collega’s. Door samen in de hectiek te staan, bouw je al snel een goede band op met elkaar. Als ik over zeven maanden terugkeer naar Nederland, hoop ik net zoals de mensen hier wat minder gehaast te leven.’
Romy, Brigadier
‘Op het veld is het chaos. Ouders proberen met hun kinderen weg te komen, er wordt vuurwerk afgestoken en mensen vechten met elkaar. Als ME straal je veel uit door de helmen, wapenstokken en het grote aantal collega’s. Met elkaar krijgen we de situatie snel onder controle.
Mijn dienst bij de Mobiele Eenheid begint die dag in een goede sfeer. We staan bij een voetbalstadion waar een kampioenswedstrijd wordt gespeeld. Er klinkt luide muziek en het is een warme zomerdag. Tijdens de wedstrijd zitten mijn collega’s en ik in de ME-bus mee te kijken. Vooraf is besloten dat onze inzet in het stadion waarschijnlijk niet nodig zal zijn. Maar al snel komt de voetbalclub achter te staan en lijkt het kampioenschap steeds verder buiten handbereik. De wedstrijd wordt meerdere keren stilgelegd door glazen en vuurwerk die op het veld worden gegooid. De sfeer wordt grimmiger. Wanneer supporters het veld proberen te betreden, worden wij alsnog het stadion ingestuurd.
In de bus zijn we stil terwijl we onze bescherming en helm opzetten. In mijn hoofd gaat er een knop om zodra ik mijn helm opdoe. Ik zet die namelijk niet zomaar op; dan weet je dat het serieus is. Via een smalle trap loop ik het stadion in. Ik voel spanning door mijn lijf, maar ook adrenaline. Die adrenaline en het gevoel dat ik samen met mijn team de situatie weer veilig kan maken, zijn precies de reden waarom ik bij de ME ben gegaan.
Als we de boel binnen rustig hebben, hoor ik via mijn oortje dat het buiten volledig uit de hand loopt. Ik ren het stadion uit en zie paarden en collega’s bekogeld worden met bakstenen. Mijn blik valt op mannen die de riemen uit hun broek halen om harder op ons in te kunnen slaan. Gelukkig krijgen we ondersteuning van een andere ME-eenheid uit de buurt, samen met politiehonden en bereden politie.
Door de schemering zie ik niet meer of er een steentje of een baksteen naar mijn hoofd wordt gegooid. Het blijkt een baksteen. En op dat moment schiet er door mijn hoofd: wat doe ik hier? Is dit het wel waard? Ik denk meteen terug aan mijn tijd op de academie. Een docent liet daar een baksteen van een paar centimeter hoogte op een helm vallen. De hele klas was gelijk stil. Bakstenen kunnen extreem letsel veroorzaken, zoals een gebroken nekwervel of een zware hersenschudding. Ik ben tijdens trainingen gewend geraakt aan houten blokjes en aardappels die naar mijn hoofd worden gegooid, maar die zijn niet te vergelijken met bakstenen. Dit is écht, besef ik ineens.
Gelukkig gaan de politiepaarden tussen ons door, wat de groep afschrikt. We zien waar de supporters de stenen vandaan halen en blokkeren die route. Na een paar uur hebben we de situatie ook buiten onder controle. Mijn ME-uniform plakt aan mijn lichaam door de warmte en het zweet. Samen met mijn collega’s drinken we wat en daarna gaan we direct de debriefing in. We bespreken wat beter had gekund en hoeveel gewonden er zijn gevallen.
Wat er zojuist is gebeurd, dringt pas echt tot me door wanneer ik thuiskom bij mijn man. Door erover te praten kan ik het van me afzetten. Tegelijkertijd overheerst ook het gevoel van adrenaline, daar ga ik ergens ook goed op. Maar natuurlijk vond ik het heftig. Het is fijn dat mijn man me soms even terughaalt met: ‘Joh Lies, dit is niet normaal wat je net hebt meegemaakt.’
Ik doe mee aan het nieuwe seizoen van Blauw en sindsdien weet mijn man beter wat mijn werk inhoudt. Dat vindt hij soms spannend, maar hij weet ook hoe enthousiast ik ben over mijn werk als ME’er. Daarnaast geeft het hem rust dat ik goed getraind ben en altijd veel collega’s om me heen heb. Dat is ook wat het ME-werk voor mij zo bijzonder maakt: ik werk samen met collega’s die ik blind vertrouw. Samen hebben we de rust teruggebracht in de woonwijk achter het stadion. En daarom blijf ik toch die ME-helm opzetten.’
Vandaag werden zes politie-influencers in het zonnetje gezet. Jan-Willem, Frans, Dennis, Reinier, Kim en Malek werden beloond voor hun voortrekkersrol in het contact met jongeren. Korpschef Janny Knol sprak haar waardering uit en benadrukte hoe belangrijk hun werk is voor de hele politie. 💙
Er komt een melding binnen van een winkeldiefstal bij een bouwmarkt. Mijn collega en ik stappen de auto in om deze melding even ‘te fixen’.
Al vrij snel zijn we ter plaatse. De winkeldief zit in het kantoortje. Hij wacht rustig op wat er komen gaat. Hij is netjes gekleed en welbespraakt, dat valt mij meteen op. Op de tafel liggen een paar werkhandschoenen en een tube tweecomponentenlijm; de spullen die hij mee wilde nemen. ‘Tsja’, zegt hij, terwijl hij zijn schouders ophaalt.
Ik zeg dat hij is aangehouden en met ons meegaat naar het bureau. De man laat het over zich heen komen. Tijdens de wandeling van het kantoor naar onze dienstauto kijkt de man beschaamd naar de grond, de ogen van nieuwsgierige klanten ontwijkend. Ik snap zijn gevoel van vernedering wel. Maar ja, wie zijn billen brandt…
Tijdens het verhoor spreekt de man zachtjes. Zijn lichaamstaal drukt ongemak en schuld uit. Na een tijdje loopt mijn collega de kamer uit om in het systeem te kijken of meneer wellicht vaker bij ons ‘op bezoek’ is geweest. Hij laat mij, na overleg, alleen achter. Het verloopt allemaal zo rustig dat ik dit wel in mijn eentje kan afhandelen. Ik heb het gevoel dat hij ook echt mee wil werken.
Gaandeweg gaat hij steeds meer achteroverleunen. Na een tijdje slaakt hij een diepe zucht en zegt: ‘Wat ik nu ga zeggen, heb ik nog nooit aan iemand verteld.’ Hij kijkt naar zijn handen en wacht even. Dan kijkt hij me recht in mijn ogen aan.
‘Ik ben een kleptomaan. Ik kan het niet laten. Die handschoenen en die lijm heb ik helemaal niet nodig. Maar ik móet het op zo’n moment meenemen. En het ergste is; ik doe het ook bij mijn ouders, schoonouders en vrienden. Mijn vrouw weet van niets, maar ze voelt wel dat er iets is. Ik heb het niet onder controle.’ Wonder boven wonder is hij nooit eerder op diefstal betrapt.
Ik leef met de man mee en stel voor dat hij dit met zijn huisarts bespreekt, om zich eventueel door te laten verwijzen naar een psycholoog. Daarnaast lijkt het me goed dat hij toch eens voorzichtig zijn vrouw inlicht. Ik ben verbaasd dat hij daar zelf kennelijk nooit aan heeft gedacht. De schaamte is blijkbaar te groot. Met een boete op zak verlaat hij het bureau.
Twee jaar later zit ik op het bureau gebogen over een dossier als de receptie belt. Er is een man aan de lijn die specifiek naar mij vraagt. Zijn naam zegt me op dat moment niets, maar nieuwsgierig neem ik het gesprek over. ‘Ken je me nog?’, hoor ik een mannenstem zeggen. Het duurt even, maar al pratend herinner ik me het voorval met de winkeldiefstal weer.
‘Ik wil je bedanken’, zegt hij. ‘Na ons gesprek twee jaar geleden ben ik naar de huisarts gegaan. Daarna heb ik therapie gevolgd. Ik heb het mijn vrouw verteld en het opgebiecht aan mijn ouders, schoonouders en vrienden. Het voelt zo bevrijdend en ze hebben het me vergeven. Sindsdien heb ik nooit meer iets meegenomen wat niet van mij is. Mijn vrouw en ik zijn naar elkaar toegegroeid en binnenkort word ik vader.’
Ik feliciteer hem met dit mooie bericht en zeg dat ik trots op hem ben. Hoe bijzonder is het, dat iemand na twee jaar de moeite neemt om contact op te nemen met een politieagent? Ik voel me zo dankbaar en superblij.
Als brigadier Polat tijdens de lunch een broodje haalt bij de supermarkt hoort hij een enorme knal. De mensen in de winkel kijken elkaar verschrikt aan. De knal klinkt heel dichtbij en Polat gaat op onderzoek uit. Wat hij dan aantreft…
‘Ik gaf een overvaller een lift’
Barry ziet midden in de nacht een man met een koffertje over de weg lopen. Het regent en zijn bestemming is nog ver weg. Hij besluit de man een lift te geven. Niet veel later vragen mensen Barry om hulp. Ze zijn beroofd door een man met een koffer. Dan komt bij Barry het besef…
Bekijk of beluister de hele aflevering van Echte politieverhalen via jouw podcast-app. Of op ons youtube kanaal: https://www.youtube.com/. Check de link in onze bio.
‘Ik weet wel waar ik ben, er hangt hier een bordje met mortuarium’
Het begon als een nachtdienst als alle anderen. De telefoon gaat over, iemand belt 1-1-2 en ik neem op: "Meldkamer Politie, wat is de plaats van het noodgeval?" Het blijft even stil en dan hoor ik een zeer fragiele oudere mannenstem: "Spreek ik met de politie?" De stem klinkt doorleefd en een beetje beverig. "Wat is er aan de hand meneer?" vraag ik hem. "Ik zit opgesloten!" klinkt het aan de andere kant van de lijn. Verbaasd herhaal ik wat hij zegt: "U zit opgesloten zegt u? Weet u waar u bent?"
In gedachten denken aan een mogelijk verwarde persoon of iemand met dementie, of een persoon in een ziekenhuis of instelling. Die bellen wel vaker midden in de nacht om te zeggen dat ze weg willen.
De man antwoord duidelijk: "Ja ik weet wel waar ik ben, er hangt hier namelijk een bordje mevrouw." Oké, nou kom maar op denk ik en ik vraag hem: "Wat staat er op dat bordje meneer?" Meneer haalt even adem en zegt dan: "Mortuarium! …." Ik val even stil en herhaal wat meneer gezegd heeft: "Het mortuarium zegt u…?" "Ja, het mortuarium op dit en dit adres." Ik kijk op mijn kaart en naar de meldergegevens en zie dat er met een vaste lijn inderdaad vanuit een mortuarium gebeld wordt.
Even weet ik niet wat ik moet zeggen. Er komt een beeld in mijn hoofd op van een oude man met grijs haar in een lang nachthemd op blote voeten in een mortuarium, met daarnaast een open kist natuurlijk. Ik probeer razendsnel een vraag te bedenken die ik aan deze meneer kan stellen. Ik kan hem natuurlijk niet vragen of hij uit een kist gekomen is… "Meneer, weet u ook hoe u daar gekomen bent?" Vraag ik hem. Ik hoor meneer nadenken over mijn vraag, maar een antwoord blijft uit. Ik vraag hem: "Bent u in slaap gevallen misschien?" "Ja,… nu u het zegt, ik was bij een vriend die is overleden om afscheid te nemen en ik denk dat ik in slaap ben gevallen!"
Ik hoor mijzelf opgelucht ademhalen en beloof meneer dat ik iemand ga bellen die de sleutel van het gebouw heeft. Ik bel het uitvaartcentrum op en vraag de nachtmedewerker zo snel mogelijk die kant op te gaan. Ik heb veel gekke meldingen gehad in de nachtdienst, maar deze vergeet ik nooit meer.
Door centralist Anna
Zóveel pijn dat ze ervan moest overgeven. Maar telkens kreeg ze te horen: “Het hoort erbij.” Pas na 22 jaar kreeg Kim de diagnose endometriose. Ondertussen bouwde ze wél een carrière op bij de politie.
‘Soms deed het zo gruwelijk zeer dat ik naar adem moest happen. Dat ik ervan moest overgeven. Het begon toen ik tien jaar oud was. Ik had altijd buikpijn. Vaak kon ik dan niet naar school. Het werd nog erger toen ik ongesteld werd. Ik ging naar de huisarts en die zei: het hoort erbij. En hij gaf me de pil.
Ik wist al heel jong dat ik bij de politie wilde, net als mijn moeder. Ik wilde mensen helpen en boeven vangen. Op mijn zeventiende solliciteerde ik. Ik zat midden in de selectieprocedure toen ik een kijkoperatie kreeg.
Ik vergeet nooit meer de bezorgde blik van mijn ouders toen ik daarna wakker werd. De arts zei: “We hebben een gezwel gevonden in je buik.” Ze wisten niet waar het door kwam en hadden zonder overleg een deel van mijn baarmoeder en een eileider weggehaald. Ik kreeg te horen: als je kinderen wil, moet je niet te lang wachten.
Ik wilde altijd wel graag kinderen, maar in mijn hoofd zat op dat moment maar één ding: ik word politieagent. De rest komt later wel.
Daarvoor moest ik eerst heel veel sporten om weer fit te worden. Daarna ben ik de opleiding ingegaan. Het was zwaar. Fysieke testen, lange dagen en regelmatig pijn. Maar opgeven? Geen optie. Ik heb mezelf erdoorheen geduwd. Tanden op elkaar en doorgaan.
Daarna had ik de leukste baan van de wereld, bij de politie in Rotterdam. Op straat werken vond ik geweldig. De dynamiek, de meldingen, het werken in een team. Ondertussen probeerde ik zwanger te worden. Ik moest hiervoor naar het ziekenhuis, hormonen sp***en, het hele pakket.
Soms stopten we tijdens het werk ergens langs de weg. Koppel af, broek open en hormonen sp***en. Daarna weer in de auto en door naar de volgende melding.
Het lukte niet, ik werd niet zwanger. Na zes jaar proberen was het klaar. En mijn lichaam werd steeds zieker. Ik kon van de pijn niet meer fietsen of hardlopen, niet meer uit met vriendinnen. Ik kan wel tegen een st***je, ben geen jankerd, dit is niet normaal dacht ik.
Ik ben zelf maar gaan googelen. En toen vond ik iets waarvan ik dacht: dit heb ik. Ik ben met mijn hele dossier naar een arts gegaan die gespecialiseerd was in de ziekte endometriose.
Die arts keek naar één echo en zei: “Je bent echt heel ernstig ziek.” Dat was heftig om te horen, maar ook een enorme opluchting. Eindelijk iemand die me geloofde. Zie je wel: ik ben niet gek!
Het duurde 22 jaar voor ik de diagnose kreeg. Terwijl: 1 op de 10 vrouwen heeft endometriose. Ik bleek de ergste vorm te hebben De ziekte vrat zich jarenlang een weg door mijn lijf. Mijn baarmoeder werd daarna verwijderd, delen van mijn darmen en mijn lever, mijn middenrif was aangetast.
Na elke operatie begon het weer opnieuw: opkrabbelen, revalideren, weer fit worden. En ja, ook weer werken. Dat wilde ik. Dat geeft me energie.
Ik zit nu 25 jaar bij de politie. Ik ben niet alleen blijven werken, maar ben ook doorgegroeid. Naar hoofdinspecteur, leidinggevende van een basisteam. Dat heb ik zelf gedaan, ondanks alles. Daar ben ik heel trots op.
Ik ben altijd heel open geweest over mijn ziekte, ook naar collega’s toe. Dat doet iets met de sfeer. Mensen durven zich kwetsbaarder op te stellen. En er gebeurde nog iets bijzonders: ik kreeg reacties van collega’s die door het delen van mijn verhaal naar de dokter zijn gegaan. En er ook achter kwamen dat ze een vorm van endometriose hebben.
Endometriose is een deel van mijn leven, maar het definieert me niet. Het heeft me nooit tegengehouden om mijn dromen waar te maken. Als ik iets wil meegeven, is het dit: ‘Neem jezelf serieus. Als jij voelt dat er iets niet klopt, laat je dan niet wegsturen.
Als de artsen het eerder hadden ontdekt, had ik misschien een kind van mezelf gehad. Dat is wat het is, al blijft het pijnlijk. Ik ben inmiddels 44 jaar en kijk vooral naar wat er wél is. Ik heb een mooi leven. Ben heel gelukkig met mijn man en bonuskinderen en ik heb een baan waar ik heel blij mee ben.’
Jeugdagent Mahasin ziet de online trend meidenhuizen steeds groter worden. Vooral jonge meiden kunnen een kanaal aanmaken op WhatsApp en daar persoonlijke informatie delen. Ze wil benadrukken dat de hele wereld onopgemerkt kan meekijken. Je foto’s en video’s kunnen door iedereen worden gedownload en al jouw persoonlijke informatie ligt op straat. “Let hier goed op,” zegt ze.
Klik hier om uitgelicht te worden.
Plaats
Type
Website
Adres
Amsterdam Centrum
